Walk on Ed Mink

Hij heeft een mooi uitzicht. De werkplaats beneden beslaat het hele opppervlak, hij heeft zijn kantoor op de eerste etage zo gemaakt dat hij over het watertje en het bos kan kijken. In dat bos wonen vreemde wezens, dat wist hij al. Maar afgelopen herfst heeft hij met een tweetal kennis mogen maken…

De klus is bij een mooi woonhuis aan de rand van het bos waar hij zo graag over uit kijkt. Het is nog een zonnige warme dag als Ed Mink met een stevige zaag in de boom klimt om de tak af te zagen die in de weg zal hangen als de aanbouw gerealiseerd gaat worden. Ed zaagt verwoed en pas te laat hoort hij het kraken van de grote oude tak waar hij op is gaan zitten. Ed valt, en onder het vallen razen de gedachten door zijn hoofd, hij als eenmanszaak aannemer kan zich niet permitteren om botbreuken op te lopen en uit de running te zijn. Hoe komt hij anders aan de kost? Hij voelt hoe zijn lichaam zich voorbereidt op de klap, al zijn spieren spannen aan. Maar de klap blijft uit. Hij vindt het een rare gewaarwording, wachten op de impact van een klap die niet komt. Hij beseft zich dat de val langer duurt dan normaal het feit dat hij al deze gedachtes kan denken betekent dat hij meer dan anderhalve meter valt, want dat was de afstand van de tak naar de grond. Dat had hij al uitgerekend. Ja, hoelang valt hij nu eigenlijk al? En waar valt hij? Hij beseft zich dat hij nog steeds zijn ogen stijf dicht geknepen houd alsof de klap nog gaat komen. Voorzichtig opent hij zijn ogen en hij ziet dat hij door een soort gang in de grond valt. Hij is nooit zo’n grote lezer geweest maar hij legt nu toch het verband met dat Engelse sprookje met dat meisje en een konijn. En nog voor hij zich kan bedenken wat dat konijn nou in zijn poot had, land hij zacht op de vloer aan het eind van de gang naar beneden.

En verrek, daar is het konijn met een horloge in de poot om het te bewijzen. Het konijn rent onrustig op en neer en kijkt voortdurend op zijn horloge. “Ik kom te laat maar jij ook!” Ik kom te laat maar jij ook!” als Ed hem wil vragen waar ze beide te laat voor zullen komen rent het konijn weg door een deurtje waar Ed nooit door heen zal komen omdat hij daar te groot voor is. Naast hem staat een tafeltje waarop een mobieltje ligt. Hij pakt het mobieltje op en hij vraagt zich af wat hij daar mee kan in deze sprookjeswereld. Hij bestudeert het mobiel. En als hij op de toetsen wil drukken verandert de opdruk van de toets in een letter die het mobiel zelf schijnt te kiezen. Hij besluit dat het nu toch een gekkenhuis is en drukt op willekeurige toetsen. Het blijkt dat het mobiel een sms in gedachten heeft. Want nu hij een een aantal toetsen ingedrukt heeft hangt zijn duim boven de toets die nu zichtbaar de opdruk send begint te krijgen. Ed drukt de toets in. “Please Cheshire come over here?” is de tekst die hij verzendt.
Plotseling doemt uit de mist, die er zojuist echt nog niet was, en dat weet hij zeker, een gestreepte kat op. Een kat die heerlijk achteroverliggend op een wat oosters aandoend kussentje aan een waterpijp ligt te lurken.

“Ahh, Mister Mink” zegt de kat met een zwaar Engels accent, “Daar bent u dan, it took you a while!” Ed wrijft in zijn ogen, de geurende rook uit de waterpijp prikt in zijn ogen. “Well, you are a contracter? Een aannemer?” Het is duidelijk dat het de kat moeite kost om Nederlands te spreken. Eigenlijk vindt Ed dat hij nu wel eens wat vragen mag stellen. Als er zolang op hem is gewacht wil hij ook wel eens even weten hoe dit nu allemaal zit. Punt een waarom is hij hier? En dat is de vraag die hij de kat stelt. Na nog een paar flinke halen aan de waterpijp zegt de kat “if you are een aannemer why neemt u dan niets aan?” om het plaatje compleet te maken grijnst hij er ook nog een prachtig bij. Het begint Ed nu echt te vervelen. “okee, okee ik speel jou spelletje mee” “Wat moet ik aannemen dan?”
“You have all the things that you need, obviously and still…” Ed zucht “oké, ik heb alles wat ik nodig heb” “and you only have to take it. “Aannemen is the dutch word, and you are a aannemer aren’t you?”
Maar voordat Ed het gesprek kan vervolgen verdwijnt de kat in de rookwolk die hij loom uit blaast. “Walk on, Ed Mink” is het laatste wat hij van de kat hoort. Nu de kat verdwenen is komt opeens het konijn weer tevoorschijn en weer rent hij onrustig op en neer “Ik kom te laat maar jij ook!” zegt het konijn. “Ga snel”

En daar is opeens de verwachte klap. Ed slaat met en harde klap op de grond. Hij voelt zijn schoudergewricht knappen. En dat is het laatste dat hij zich bewust is. Als Ed na een lange slaap wakker wordt ligt hij in het ziekenhuis en zijn schouder zit in het gips. Zijn vriendin waar hij al jaren mee samenwoont buigt over hem heen. “Hé lieverd, ben je weer wakker?” Achter haar staat zijn beste vriend John, die is dus ook meegekomen. En daarachter, daarachter ligt in de vensterbank ligt een gestreepte kat met een grote grijns. “meow, he wants her, he almost has her” Ed schudt zijn nog wazige hoofd. Wat heeft die kat nou te bazelen? Als hij weer naar de vensterbank kijkt is de kat weg, al hangt er nog wel een wolkje rook. Ed besluit dat het de uitwerking van de narcose moet zijn die hij overduidelijk gehad moet hebben. De twee mensen aan zijn bed praten tegen hem maar hij hoort het niet meer, hij zakt weer terug in een diepe slaap.

In de weken die erop volgen knapt Ed snel op, hij is veel thuis en zijn vriendin vind het heerlijk zegt ze. Maar al snel kan hij ook weer aan het werk. En dat is wat hij doet. Weer is zijn leven een aaneenschakeling van klussen, tijd voor thuis is er bijna niet meer. En ook zijn avontuur met de kat en het konijn is snel vergeten.
Als hij op een avond voeger thuis komt dan verwacht ziet hij de wagen van John voor de deur staan. Hij loopt achterom en ziet John op zijn knieën voor zijn vriendin. Dit kan maar een ding betekenen. De kat had gelijk, hij heeft haar bijna. Ed stormt naar binnen en grijpt zijn beste vriend bij de kraag en sist: “De kat had gelijk, je had haar bijna, maar ze is van mij, neem dat maar van me aan” en sleurt hem de deur uit. “donder op ik wil je nooit meer zien”. Als Ed de wagen van zijn vriend de straat uit heeft zien scheuren loopt hij terug naar de huiskamer waar hij zijn vriendin in verbazing heeft achtergelaten. Ze zegt: “Welke kat…” maar ze kan haar zin niet afmaken, Ed kust haar en zegt “het konijn had bijna gelijk gekregen toen hij zei: “Ik kom te laat maar jij ook!” maar ik ben net op tijd.

Door het keukenraam is de man te zien die knielt voor de vrouw die al zolang heeft gewacht op de vraag die hij haar nu stelt.