Categorie archief: Writings

St. Patrick’s Spun

St. Patrick’s Spun

Het schrijven was zijn lust en zijn leven. Natuurlijk vond hij zijn baan ook leuk en dat hij van techniek zijn werk had kunnen maken beschouwde hij als een voorrecht. Hij had het nu zelfs gecombineerd met het schrijversambacht. Het product van deze combinatie was een mooi klein zilveren doosje met een ingewikkeld radertjes systeem dat kaartjes sorteerde aan de binnenkant. Waar aan de buitenkant overigens niets van te zien was. Omdat de techneut annex schrijver dol was op mooie metalen had hij de buitenkant met mooi bewerkt zilver omhuld. Het kistje had hele kleine uitgewerkte voorstellingen in het zilver uitgewerkt die elk voor zich een bewegend verhaal in zich besloten had. Als je wat langer keek naar het doosje leken de voorstellingen ook echt te bewegen. Vakwerk, al zei hij het zelf. Hij was er dan ook trots op dat hij vernoemd was naar de patroonheilige van de smeden. Hij voelde de verwantschap. Er waren twee sleufjes in het zilver uitgewerkt. Een sleufje waar een willekeurig gekozen kaartje uit kwam, en een sleufje waar het kaartje na gebruik weer in terug gedaan kon worden.
Het doosje voorzag zichzelf van binnenuit van energie, niet dat hij dat zo ontwikkeld had, maar het kistje deed dat gewoon, vanzelf. Als hij zijn hersenen erover pijnigde kon hij bijna begrijpen hoe het opwekken van energie in het raderwerkje ging, maar dat lukte dus net niet, het was buiten zijn bereik. Maar hij had het gemaakt en hij was trots op zichzelf. Het was een vernuftig, ingenieus bouwwerkje van nog geen tien bij tien centimeter groot. Het kistje had ook al een naam, hij noemde het een “A write back spun” box, in het kort: Spun. Spun zoals in de verleden tijd van “to spin”, gesponnen dus. Het kistje gaf geen feedback maar write back en zo werd het verhaal gesponnen met de draden van de verbeelding van de schrijver en de write back van het kistje.

Het kistje werd bediend met een klein slingertje. Even aanslingeren en het kistje begon te heel rustig te snorren. Het was een aangenaam rustgevend geluid, het was het kalmerende geluid van de belofte van de aanreiking van de oplossing. Het maken van het kistje was eigenlijk begonnen om te dienen als een bewaardoosje om zijn inspiratie kaartjes heen. De kaartjes die hij had hij gemaakt om zichzelf uit een writers block te helpen. Hij trok vaak een kaartje voor zichzelf als hij vast liep in een verhaal, en dat werkte altijd heel goed. Maar er had een nadeel aan het ontwerp van de kaartjes gezeten, het trekken van een kaartje was minder willekeurig was dan hij graag wilde. Hij herkende sommige kaartjes simpelweg aan een omgebogen hoekje of een vlekje op de achterkant. En dat maakte het trekken van een kaartje dus niet willekeurig. De techneut en wetenschapper in hem verdroegen dat slecht. Dat was de reden geweest dat hij een rader systeem had bedacht om in het doosje in te bouwen. Het door hem zorgvuldig en met liefde ontworpen mechaniekje trok met een precisie van een Zwitsers uurwerk een willekeurig kaartje. Alleen was er was nu toch een probleem opgetreden, het gouden slingertje wat hij optisch zo mooi had gevonden was natuurlijk veel te zacht en nu was het verbogen. Hij had geen andere keuze dan een nieuwe te maken, deze keer zou hij het van hardmetaal maken en dan zou het niet meer verbuigen. Maar eerst wilde hij het verhaal afschrijven waar hij nu al sinds een week op vastliep, hij had op dit moment gewoon last van een ordinaire writers block. Of was het nu dan toch tijd voor techniek?

Hij pakte het kistje op en bestudeerde het zilverwerk. Hij zag een idyllisch strand tafereeltje. Hij hoorde kinderen spelen en rook de zilte lucht die hij direct in verbinding bracht met de heerlijke vakantiedagen uit zijn jeugd. Hij voelde zelfs de warme zon op zijn gezicht branden. Geschrokken wendde hij zijn ogen af van het verbazingwekkende kistje, en met de vlaag warme wind die hij nog met zich mee nam was hij weer terug in zijn eigen huiskamer. Halleluja, dacht hij, wat was dat? Hij wist dat hij een mooi kistje had gemaakt maar magie? De wetenschapper, schuine streep, techneut in hem verzette zich hevig tegen deze gedachte, wetenschap en berekeningen! daar ging het om in het echte leven. Meten is weten! Maar hoe dit proces in zijn werk ging was niet meetbaar en toch was het gebeurd. Het nog warme zand in zijn schoenen waren het evidente bewijs!
Opnieuw werd zijn blik getrokken naar het doosje. Maar nu op een ander vlakje in het zilverwerk. Daar gaf het kistje een heel ander tafereel weer, zijn huiskamer vervaagde al snel om hem heen en net zo plotseling als daarvoor bevond hij zich op een andere plek. Deze keer was het een smidse, Een indringende vuurgeur en de geur van gloeiend metaal kringelden de neus van de schrijver in. De smid in deze wat middeleeuws aandoende smidse was hard aan het werk en de vonken spatten van het rood verhitte metaal af wat hij aan het bewerken was. De smid was een heel klein artefact aan het bewerken. Het verbaasde de schrijver dat deze grove, massieve man tot zoiets fijnzinnigs in staat was. De smid merkte zijn bezoeker duidelijk wel op, maar besloot gewoon door te werken. Na een tijdje besloot de smid dat het kunstwerkje dat hij aan het smeden was klaar was en zette het voorzichtig in een bakje met water, om zijn creatie af te laten koelen. “Ahhh de maker”, en met een grote glimlach stapte hij op zijn bezoeker af, stak eerst zijn hand uit, maar bedacht zich en drukte de schrijver stevig in zijn armen. De schrijver voelde zich verlegen met de situatie. Hij kuchte, uit verlegenheid maar ook omdat zijn keel vol zat met kriebelende metaalstofjes die van de leren voorschoot van de smid af vlogen door de straffe omhelzing. Man, wat ben ik blij dat je er bent! De smid die twee koppen groter was dan de schrijver, sloeg zijn grote stevige behaarde arm om hem heen en troonde hem zo mee naar de zware houten tafel die verderop in de smidse stond. Hij plofte de schrijver op het bankje dat aan de ene kant van de tafel stond en ging tegenover hem zitten op het andere bankje. Hij pakte de grote tinnen karaf van het dienblad dat misschien al wel voor de gelegenheid klaargezet was.
De smid schonk een ruime beker rode wijn in, en schoof die voor de neus van de schrijver. Schonk er ook een voor hemzelf in en hief de beker. De schrijver had geen andere keus dan hetzelfde te doen. Want als hij ontsnappen wilde, waar moest hij dan naar toe als hij zijn huiskamer weer terug wilde vinden? Maar zijn gedachten werden al snel onderbroken, Proost! riep de smid luid “Proost op het ambacht!” “Proost, proost op het ambacht!” riep de schrijver bijna net zo hard als de smid. De bekers klonken en de ambachtslieden dronken hun wijn. “Zo, en nu terzake” zei de smid die zijn beker bijna in één teug leeg had gedronken. Jij hebt dit allemaal gecreëerd, heel knap!, donders man, dat is bijna goddelijk! Maar nu is toch je gouden slingertje kapot gegaan. Maar je treft het kerel, ik ben, en niet geheel toevallig trouwens, mathematisch instrumentmaker en daar zijn er niet zo veel meer van heden ten dage. En als ik nu eens kijk naar jou prachtige zilverwerk, mijnheer de technicus, weet ik dat mijn drinkerbroeder gezeten hier aan mijne tafel een drommels goed en vakkundig ambachts man is. De smid sloeg met zijn grote vuist op de tafel en zijn zware stem bulderde, sodeju!, jij maakt levend ijzerwerk man, je weet toch zeker wel hoe bijzonder dat is? De smid boerde eens hard en de zware wijnlucht rolde over het gezicht van de schrijver die toch al lichtelijk aangeschoten was door de sterke rode wijn. Dat is ware magie! De smid kneep zijn ogen zo ver samen dat zijn zware borstelige wenkbrauwen elkaar raakten en de haren ervan in elkaar verward raakten. Hij boog zich voorover naar de schrijver en begon, alsof ze niet alleen zouden zijn, fluisterend voor te dragen.

“Als wanneer de mensch meerdere ambachten heeft, welke hij ambachtelijk verweeft en liefheeft, ontspruit daar ene verlokkende magie die deze mensch in zijne handen heeft, het mirakelsche wonderwerk dat voor immer in verbeelding van den menschen voortleeft”.

De schrijver annex techneut begon daarop voluit te lachen, de wijn had hem losser gemaakt en de schrik voor de grote smid was daardoor wat weggesmolten. “Ja hoor, natuurlijk, magie, nou, dank je de koekoek. dat bestaat niet! dat is niet meetbaar en dus niet wetenschappelijk. Nu was het de beurt van de smid om te lachen, hij bulderde zo hard dat de hele smidse schudde, de schrijver moest zich aan de zware eiken tafel vast houden om niet al schuddend op de grond te vallen. Toen de smid zijn lachen wat tot een halt kon brengen stelde hij de schrijver een vraag, een vraag die ogenschijnlijk heel eenvoudig te beantwoorden was. “En waar denk je dat je nu bent dan?” De schrijver techneut kon hier geen wetenschappelijk antwoord op geven. De harde bank waar hij op zat, die hij voelde en zo rood en rond als de wijn in die zijn keel vloeide waren de keiharde bewijzen dat het echt was, maar waar was zijn huiskamer nu dan gebleven? Verdikkeme, de smid had onwetenschappelijk gelijk! “Nou?”, bulderde de smid, “waar ben je?” De smid keek hem met een menging van medeleven en ongeloof aan, “je weet het echt niet hé?” Jij bent degene die dit allemaal gemaakt heeft, jij hebt mij gemaakt, deze smidse, alles wat je om je heen ziet en wat er allemaal nog meer in het zilverwerk verborgen zit. “Jij hebt dit allemaal gemaakt met jouw ambachten, het is gewoon pure, zuivere magie! Een knap staaltje vakwerk man!” De smid stond op en sloeg met zijn hand zo groot als een kolenschop op de schouder van de schrijver, hij pakte de nieuwe slinger uit het water, dat nu majestueus glom en blonk omdat het afgekoeld was en gaf het aan de nieuwe eigenaar. De schrijver nam het kunstwerk aan maar verloor tegelijk zijn evenwicht door de ferme schouderklop die hij net gekregen had en waarvan hij zijn balans nog niet helemaal terug gevonden had. Hij tuimelde van de bank en rolde op de grond. Daar waar hij de stenen vloer van de smidse had verwacht vond hij de rode draden van zijn huiskamer vloerkleed.

Hij had een nieuwe slinger! Hij stond op en wankelde naar de tafel waar het kistje nog gewoon stond, alsof er helemaal niets gebeurd was. De wijn was echt geweest, want hij was flink aangeschoten. Met moeite kreeg hij het slingertje in de daarvoor bestemde holte van het kistje. Zijn coördinatie was inherent aan zijn dronkenschap, dat was wetenschappelijk te bewijzen met een blaastest als het moest. Hij slingerde het kistje aan, en bijzondere kistje begon direct tevreden te snorren. De schrijver ging zitten aan zijn eigen tafel en legde zijn vermoeide hoofd op zijn armen die hij voor zich neer had gelegd. Een diepe slaap maakte zich van hem meester en hij droomde mooie verhalen van smeden en ambachten en nog veel meer vakwerk en verhalen. Morgen zou hij weer schrijven, verhalen schrijven zoals het in het zuiverste ambacht bedoeld was.

Co writing on the fridge

20140207_185924

Wie bedankt de golf?
Die legende stoot je met chaos vooruit.
Drie types die eeuwig zuchten
slordig knoei ik, en wankel tussen wild en geluid
Hij ontmoet relevant delicaat protest hoewel,
een ader meer grond heeft, bizar…
deze, nee, persoon bruist, verlang…
Begrijp onze schaduw wereld

Met dank aan Leonne zonder wie de even regels van deze poëzie er niet waren geweest!

Grijs

Grijs

Zoals zij daar zit, zo grijs, zo bruin, zo bleek. Alle kracht die zij probeert uit te stralen is de breekbaarheid die ze laat zien. Haar handen vloeien zonder smaller te worden over in haar armen. De polsen lijken onzichtbaar. Haar polsslag zou niet gezien zou mogen worden. De menselijke imperfectie van een bonzend hart en ongebreidelde passie zijn niet voor haar. Als zij het woord neemt en zich tot de kinderen richt, is de toon zacht en onderwijzend. Zo is de perfectie.
Zij spreekt, en op haar bijna doorschijnende gezicht vloeit de make-up als een traan in haar rimpels

The Sit-In

20140203_201052-1

Ze loopt door de stad, het is nog steeds somber weer. Haar leven voelt zoals het weer, het wil maar niet opklaren. Ongemerkt is ze een platenzaakje binnen gelopen, ze vraagt zich af waarom ze dat doet, ze heeft niet eens een platenspeler en ze wil er ook niet een. De winkel is verlaten op de eigenaar na. Langs de achterwand staan platenspelers opgesteld in een rijtje met elk een eigen koptelefoon. Er hangt een bijzonder bord achter de eigenaar, er staat in grote letters “alleen platen in eigendom van de klant kunnen beluisterd worden”. Daar snapt ze niets van, de winkel staat vol met bakken met platen. Wil hij die dan niet verkopen? Het is toch de bedoeling dat je eerst een plaat beluistert en dan koopt? De eigenaar kijkt haar zelfs niet aan, hij lijkt verzonken in de binnenzijde van een dubbel-album. Hoewel het winkeltje een magische aantrekkingskracht op haar uit oefent gaat ze toch, wat heeft ze er eigenlijk te zoeken. Buiten is het nog net zo grauw als er voor, het miezert nu zelfs een beetje.

In de weken erna denkt ze niet meer aan het winkeltje, al houd ze een knagend gevoel van onverklaarbare heimwee. Als ze de was uit de wasmachine haalt ontdekt ze dat het water niet afgepompt is. Oh nee, een kapotte wasmachine, daar zat ze nu net niet op te wachten. Ze trekt boos de wasmachine van de wand om de waterkraan dicht te draaien. En dan valt haar oog op een doos met oude spullen die wat achter het schot geschoven is, er lijkt wat licht uit te komen. Haar hart lijkt zich te vullen, met trillende handen schuift ze de doos naar zich toe, het is de elpee van Hair, hij geeft inderdaad wat licht, en zelfs de melodie van het nummer Let de sunshine in hoort ze nu.Ze vergeet de wasmachine en pakt de elpee. Omdat haar leven een opeenstapeling is van storingen verwacht ze eigenlijk dat het licht op zal houden te schijnen en dat de muziek zal stoppen, maar dat doet het niet, de magie blijft, zelfs in haar handen. Ze laat haar wasmachine voor wat het is. Ze moet nu naar de stad.

Zonder problemen vind ze het winkeltje terug, de eigenaar doet de deur al voor haar open. Ze doet snel haar jas uit, en hij gebaart haar om zitten. Ze voelt zich helemaal opgetogen. Ze gaat zitten aan draaitafel drie, haar haren druipen nog van de regen van buiten. Hij neemt haar elpee aan en legt hem met alle voorzichtigheid op de draaitafel. Ze heeft de koptelefoon al op. Als de naald de elpee raakt begint het eerste nummer, en zij komt thuis, thuis in de jaren zeventig. Daar waar de sit-ins zijn waar iedereen elkaar vind in de muziek en waar de bloemen in je haar ruiken naar de liefde. Dit is waar ze wil blijven.

Als de elpee is afgelopen, is de klant mysterieus verdwenen, hij zucht en doet de plaat voorzichtig terug in de hoes en zet hem in de bak seventies.

Claire

2011-12-08 20.37.09-1

Ze staart uit het etalage raam, haar gezicht is zoals altijd in de plooi. Haar jurk zit niet helemaal goed, maar dat geeft niet want hij is wel volgens de laatste trend en dat is belangrijk. Ze zou er eigenlijk wel eens uit willen. Ze heeft wel andere plaatsen bezocht, even ergens anders, maar dan vaak wel weer het zelfde uitzicht. En ze heeft ook wel donkere perioden gekend. Oh ja, diep donker, daar waar het spinrag over je heen valt als de tijd verstrijkt.

Maar nu heeft ze contact met de echte wereld en ze voelt de vriendschap. De mevrouw met de kleine krulletjes raakt haar. Ze heet Bianca dat weet ze nu. Bianca heeft haar een plek gegeven, bestaansrecht, en een naam, Truus. Ze vindt de naam afschuwelijk maar ze heeft een naam, een naam om naar te luisteren. Ze vindt zichzelf veel meer een Claire, zo had ze zich dat altijd voorgesteld.
Ze vindt dat Bianca wat van haar zou kunnen leren. Ze vindt Bianca onhandig en dat haar! Daar zou ze eens wat aan moeten doen. En als ze nou eens stil zat, maar nee, altijd huppelen, geen wonder dat haar haar zo springt! Claire weet dat als je keurig stil zit dat er nooit iets zal vallen.

Een nieuwe dag breekt aan. Bianca zet de bakfiets met tegen de winkelpui. De deur slaat open en de frisse voorjaarswind waait de kou naar binnen. Claire rilt maar niemand kan het zien. “Zo, Truus jij gaat uit logeren!” roept Bianca vrolijk. “je hebt wel een uitje verdiend! Het parkeren voor de winkel is een drama, dus we gaan lekker samen op de fiets” En zonder pardon wordt Claire opgepakt en met haar achterste in de bak van de bakfiets gezet. Claire’s gezicht staat meer strak dan ooit. Het wordt een wilde rit. Bianca kan haar fiets bijna niet in bedwang houden. De tocht gaat door drukke winkelstraten, over een grote brug en hobbelige weggetjes. Een paar keer vallen ze bijna en eindelijk, eindelijk na een half uur fietsen stopt de wilde rit. Claire’s jurk is verwaaid maar Claire is blij, op haar gezicht is een spoor van kinderlijk genoegen te zien.

Als de avond valt ontspant Claire, ze zit achter een mooie piano met haar kleren glad gestreken. Bianca heeft haar daar zo neergezet en daar is ze blij mee. Een nieuw uitzicht voor de etalagepop in een pianowinkel die vandaag de spannendste rit van haar leven heeft gehad.

The inwards rug café

Het kleed ligt er al jaren en de randen zijn afgesleten. Al vele gasten hebben hun soms nuchtere maar zoveel vaker hun zwalkende, dronken voetsporen achtergelaten. Wie het kleed goed bestudeert ziet dat het patroon binnenste buiten zit. En toch ligt het kleed er al jaren zo. De kastelein gooit het naar buiten als de vloer gedweild moet worden. En als de vloer gedroogd is legt hij het er weer op. Voor velen is het een vies oud kleed, maar heel af en toe hoort een van de gasten het geluid van een startende motor… en het geluid komt van het kleed.
De klant heeft de keuze: gaat hij in op het aanbod of besluit hij zijn oren te sluiten voor het aanbod dat hem gedaan wordt. Jarn is een vaste gast en het is op deze drukke volle zaterdagavond dat hij voor het eerst het geluid van een startende motor onder zijn voeten hoort. Hij rekent snel uit hoeveel glazen Engels bier hij al gedronken heeft. Nou, dat was een korte rekensom twee! Hij dus officieel nog niet dronken. En toch hoort hij dingen die de mensen om hem heen klaarblijkelijk niet horen. Hij ruikt zelfs uitlaatgas van een motor die te veel olie gebruikt. Het is het kleed dat het geluid en de stank veroorzaakt. Nu wil hij eigenlijk gewoon weggaan uit de kroeg, weg van de waanillusies. Hij is een echte wegloper, dat wil hij best toegeven. Hij liep weg uit drie huwelijken en hij loopt nog steeds weg van zijn herinneringen aan vroeger. Oh hij weet het nog wel hoor, hij weet het prima. Maar het voelt altijd alsof hij andermans verhaal leest. Maar iets in hem drijft hem om deze keer te blijven.

De kroeg verdwijnt om hem heen, alleen hij en het kleed zijn er nog, de rest is leegte. Ze zweven door… ja wat? Het geheel maakt hem angstig en het klamme zweet breekt hem uit. Maar hij herpakt zich en zijn gebruikelijke cynisme is weer terug als hij zegt “hé, stom kleed, je bent in het verkeerde sprookje beland, je wordt dement man!” Maar zo’n sprookje is het nou ook weer niet, het kleed antwoordt niet, het kan immers niet spreken. Plotseling lijken er schimmen van vroeger langs te vliegen, die spreken wel. Jarn kan het niet goed horen en hij doet zijn best er ook niet voor, dat is toch zijn keuze? Hij kiest er toch niet voor om van het ene sprookje in het ander te vallen. Het kleed kan nog meer willen! Nee, hij wil niet kijken en niet horen. Hij knijpt zijn ogen dicht en doet zijn handen op zijn oren om alle indrukken te weren.

Opeens is het rumoer van het café terug en alles is weer zoals het was. Maar de geur van uitlaatgas blijft die avond nog lang hangen.