Co writing on the fridge

20140207_185924

Wie bedankt de golf?
Die legende stoot je met chaos vooruit.
Drie types die eeuwig zuchten
slordig knoei ik, en wankel tussen wild en geluid
Hij ontmoet relevant delicaat protest hoewel,
een ader meer grond heeft, bizar…
deze, nee, persoon bruist, verlang…
Begrijp onze schaduw wereld

Met dank aan Leonne zonder wie de even regels van deze poëzie er niet waren geweest!

Grijs

Grijs

Zoals zij daar zit, zo grijs, zo bruin, zo bleek. Alle kracht die zij probeert uit te stralen is de breekbaarheid die ze laat zien. Haar handen vloeien zonder smaller te worden over in haar armen. De polsen lijken onzichtbaar. Haar polsslag zou niet gezien zou mogen worden. De menselijke imperfectie van een bonzend hart en ongebreidelde passie zijn niet voor haar. Als zij het woord neemt en zich tot de kinderen richt, is de toon zacht en onderwijzend. Zo is de perfectie.
Zij spreekt, en op haar bijna doorschijnende gezicht vloeit de make-up als een traan in haar rimpels

The Sit-In

20140203_201052-1

Ze loopt door de stad, het is nog steeds somber weer. Haar leven voelt zoals het weer, het wil maar niet opklaren. Ongemerkt is ze een platenzaakje binnen gelopen, ze vraagt zich af waarom ze dat doet, ze heeft niet eens een platenspeler en ze wil er ook niet een. De winkel is verlaten op de eigenaar na. Langs de achterwand staan platenspelers opgesteld in een rijtje met elk een eigen koptelefoon. Er hangt een bijzonder bord achter de eigenaar, er staat in grote letters “alleen platen in eigendom van de klant kunnen beluisterd worden”. Daar snapt ze niets van, de winkel staat vol met bakken met platen. Wil hij die dan niet verkopen? Het is toch de bedoeling dat je eerst een plaat beluistert en dan koopt? De eigenaar kijkt haar zelfs niet aan, hij lijkt verzonken in de binnenzijde van een dubbel-album. Hoewel het winkeltje een magische aantrekkingskracht op haar uit oefent gaat ze toch, wat heeft ze er eigenlijk te zoeken. Buiten is het nog net zo grauw als er voor, het miezert nu zelfs een beetje.

In de weken erna denkt ze niet meer aan het winkeltje, al houd ze een knagend gevoel van onverklaarbare heimwee. Als ze de was uit de wasmachine haalt ontdekt ze dat het water niet afgepompt is. Oh nee, een kapotte wasmachine, daar zat ze nu net niet op te wachten. Ze trekt boos de wasmachine van de wand om de waterkraan dicht te draaien. En dan valt haar oog op een doos met oude spullen die wat achter het schot geschoven is, er lijkt wat licht uit te komen. Haar hart lijkt zich te vullen, met trillende handen schuift ze de doos naar zich toe, het is de elpee van Hair, hij geeft inderdaad wat licht, en zelfs de melodie van het nummer Let de sunshine in hoort ze nu.Ze vergeet de wasmachine en pakt de elpee. Omdat haar leven een opeenstapeling is van storingen verwacht ze eigenlijk dat het licht op zal houden te schijnen en dat de muziek zal stoppen, maar dat doet het niet, de magie blijft, zelfs in haar handen. Ze laat haar wasmachine voor wat het is. Ze moet nu naar de stad.

Zonder problemen vind ze het winkeltje terug, de eigenaar doet de deur al voor haar open. Ze doet snel haar jas uit, en hij gebaart haar om zitten. Ze voelt zich helemaal opgetogen. Ze gaat zitten aan draaitafel drie, haar haren druipen nog van de regen van buiten. Hij neemt haar elpee aan en legt hem met alle voorzichtigheid op de draaitafel. Ze heeft de koptelefoon al op. Als de naald de elpee raakt begint het eerste nummer, en zij komt thuis, thuis in de jaren zeventig. Daar waar de sit-ins zijn waar iedereen elkaar vind in de muziek en waar de bloemen in je haar ruiken naar de liefde. Dit is waar ze wil blijven.

Als de elpee is afgelopen, is de klant mysterieus verdwenen, hij zucht en doet de plaat voorzichtig terug in de hoes en zet hem in de bak seventies.

Claire

2011-12-08 20.37.09-1

Ze staart uit het etalage raam, haar gezicht is zoals altijd in de plooi. Haar jurk zit niet helemaal goed, maar dat geeft niet want hij is wel volgens de laatste trend en dat is belangrijk. Ze zou er eigenlijk wel eens uit willen. Ze heeft wel andere plaatsen bezocht, even ergens anders, maar dan vaak wel weer het zelfde uitzicht. En ze heeft ook wel donkere perioden gekend. Oh ja, diep donker, daar waar het spinrag over je heen valt als de tijd verstrijkt.

Maar nu heeft ze contact met de echte wereld en ze voelt de vriendschap. De mevrouw met de kleine krulletjes raakt haar. Ze heet Bianca dat weet ze nu. Bianca heeft haar een plek gegeven, bestaansrecht, en een naam, Truus. Ze vindt de naam afschuwelijk maar ze heeft een naam, een naam om naar te luisteren. Ze vindt zichzelf veel meer een Claire, zo had ze zich dat altijd voorgesteld.
Ze vindt dat Bianca wat van haar zou kunnen leren. Ze vindt Bianca onhandig en dat haar! Daar zou ze eens wat aan moeten doen. En als ze nou eens stil zat, maar nee, altijd huppelen, geen wonder dat haar haar zo springt! Claire weet dat als je keurig stil zit dat er nooit iets zal vallen.

Een nieuwe dag breekt aan. Bianca zet de bakfiets met tegen de winkelpui. De deur slaat open en de frisse voorjaarswind waait de kou naar binnen. Claire rilt maar niemand kan het zien. “Zo, Truus jij gaat uit logeren!” roept Bianca vrolijk. “je hebt wel een uitje verdiend! Het parkeren voor de winkel is een drama, dus we gaan lekker samen op de fiets” En zonder pardon wordt Claire opgepakt en met haar achterste in de bak van de bakfiets gezet. Claire’s gezicht staat meer strak dan ooit. Het wordt een wilde rit. Bianca kan haar fiets bijna niet in bedwang houden. De tocht gaat door drukke winkelstraten, over een grote brug en hobbelige weggetjes. Een paar keer vallen ze bijna en eindelijk, eindelijk na een half uur fietsen stopt de wilde rit. Claire’s jurk is verwaaid maar Claire is blij, op haar gezicht is een spoor van kinderlijk genoegen te zien.

Als de avond valt ontspant Claire, ze zit achter een mooie piano met haar kleren glad gestreken. Bianca heeft haar daar zo neergezet en daar is ze blij mee. Een nieuw uitzicht voor de etalagepop in een pianowinkel die vandaag de spannendste rit van haar leven heeft gehad.

The inwards rug café

Het kleed ligt er al jaren en de randen zijn afgesleten. Al vele gasten hebben hun soms nuchtere maar zoveel vaker hun zwalkende, dronken voetsporen achtergelaten. Wie het kleed goed bestudeert ziet dat het patroon binnenste buiten zit. En toch ligt het kleed er al jaren zo. De kastelein gooit het naar buiten als de vloer gedweild moet worden. En als de vloer gedroogd is legt hij het er weer op. Voor velen is het een vies oud kleed, maar heel af en toe hoort een van de gasten het geluid van een startende motor… en het geluid komt van het kleed.
De klant heeft de keuze: gaat hij in op het aanbod of besluit hij zijn oren te sluiten voor het aanbod dat hem gedaan wordt. Jarn is een vaste gast en het is op deze drukke volle zaterdagavond dat hij voor het eerst het geluid van een startende motor onder zijn voeten hoort. Hij rekent snel uit hoeveel glazen Engels bier hij al gedronken heeft. Nou, dat was een korte rekensom twee! Hij dus officieel nog niet dronken. En toch hoort hij dingen die de mensen om hem heen klaarblijkelijk niet horen. Hij ruikt zelfs uitlaatgas van een motor die te veel olie gebruikt. Het is het kleed dat het geluid en de stank veroorzaakt. Nu wil hij eigenlijk gewoon weggaan uit de kroeg, weg van de waanillusies. Hij is een echte wegloper, dat wil hij best toegeven. Hij liep weg uit drie huwelijken en hij loopt nog steeds weg van zijn herinneringen aan vroeger. Oh hij weet het nog wel hoor, hij weet het prima. Maar het voelt altijd alsof hij andermans verhaal leest. Maar iets in hem drijft hem om deze keer te blijven.

De kroeg verdwijnt om hem heen, alleen hij en het kleed zijn er nog, de rest is leegte. Ze zweven door… ja wat? Het geheel maakt hem angstig en het klamme zweet breekt hem uit. Maar hij herpakt zich en zijn gebruikelijke cynisme is weer terug als hij zegt “hé, stom kleed, je bent in het verkeerde sprookje beland, je wordt dement man!” Maar zo’n sprookje is het nou ook weer niet, het kleed antwoordt niet, het kan immers niet spreken. Plotseling lijken er schimmen van vroeger langs te vliegen, die spreken wel. Jarn kan het niet goed horen en hij doet zijn best er ook niet voor, dat is toch zijn keuze? Hij kiest er toch niet voor om van het ene sprookje in het ander te vallen. Het kleed kan nog meer willen! Nee, hij wil niet kijken en niet horen. Hij knijpt zijn ogen dicht en doet zijn handen op zijn oren om alle indrukken te weren.

Opeens is het rumoer van het café terug en alles is weer zoals het was. Maar de geur van uitlaatgas blijft die avond nog lang hangen.

Tasche

Ze kijkt uit het raam en ziet het kleine autootje weg rijden. En het is weer stil in huis. De studente die haar voor een interview gevraagd had, was als een wervelstorm van energie binnengekomen. En liet een grote stilte achter. “Nou, kijk aan, dan zijn we weer alleen, Tache”
De kat kijkt haar met haar grote gele katte ogen aan. Ze aait de kat lankmoedig over haar veelkleurige kopje. Vermoeid zet de vrouw vijf zware stappen naar de bank om zich daar neer te laten zakken, ze legt haar voeten ook op de bank. Ze heeft haar schoenen nog aan. Maar wat maakt het uit? Er is niemand in huis om het te zien. De eenzaamheid valt weer als een zware deken over haar heen.
De kat is ondertussen zo op de grote fauteuil gaan zitten dat ze Hanna goed aan kan kijken. “weet je, Hanna, ik denk veel na over de stelling van Freud dat de therapeut achter de cliënt zou moeten zitten, weet je, Psychoanalyse is heel intens”. Tache knijpt haar ogen een beetje samen alsof ze daarmee wil inschatten wat de reactie van de vrouw op de bank is, en ze vervolgt na een kleine adempauze haar verhaal. “Een psychoanalyse heeft een frequentie van vier a vijf keer per week en duurt vaak jaren lang. Tijdens de therapie vertelt de cliënt liggend alles wat er in haar omgaat, terwijl de analyticus achter de cliënt zit. Zodat er geen oogcontact is. Freud dacht dat het proces van vrije associatie dan makkelijker zou gaan”
Hanna schiet overeind en kijkt haar kat geschokt aan. Is ze nu gek geworden? Haar nieuwe kat is lief maar praten? En wat de kat vertellen heeft…. voor Hanna is dat natuurlijk geen nieuws. Ze is heeft zelf jaren therapie gegeven, ze weet waar de kat het over heeft, het is les nummer een in psychologie.
De kat vervolgt haar verhaal. “maar ik geloof daar niet in, daarom zit ik nu op deze stoel” de kat likt rustig haar poot en begint met die poot achter haar rechter oor te wassen. Dat geeft Hanna even de tijd om na te denken over wat er nu gebeurt. Ze zakt langzaam weer terug in de zachte kussens van de bank en zegt “dus jij stelt dat ik de cliënt ben en jij mijn therapeute?”. De kat grijnst een beetje en zegt “wil jij graag dat dat zo is?”. Hanna zucht, dit is het oudste truukje uit het boek over therapie: de vraag teruggeven. “Goed, Tasche, ik denk dat ik wel bij jou in therapie wil”.

De kat draait zich spinnend om in de stoel en gaat heerlijk liggen slapen. Hanna veronderstelt dat haar eerste sessie is afgelopen. Ze staat op van de bank. Het lijkt buiten een stuk lichter geworden. Ze bedenkt zich dat Tasche nog niet zo oud is en vraagt zich af wanneer haar volgende sessie zal zijn.